Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- het verzoekschrift van verzoeker, ingekomen op 1 februari 2022; en
- het schriftelijk standpunt van de officier, ingekomen op 7 februari 2022.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn van artikel 5:16 lid 1 Wvggz Pro door de officier van justitie. De termijn was overschreden met veertien dagen, terwijl verzoeker €280,- vorderde op basis van €20,- per dag.
De officier erkende de termijnoverschrijding maar stelde dat deze deels aan verzoeker zelf te wijten was vanwege gebrek aan medewerking en contact, waardoor de beoordeling en het zorgplan vertraagden. Daarom stelde hij een lagere vergoeding voor van €10,- per dag, totaal €130,-.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de overschrijding van veertien dagen de gevoelens van stress en onzekerheid die verzoeker zou hebben ervaren grotendeels aan hemzelf zijn toe te schrijven vanwege zijn weigering tot medewerking en afwezigheid bij bezoeken. Hierdoor kon geen tijdige beoordeling plaatsvinden.
Gelet op redelijkheid en billijkheid acht de rechtbank de termijnoverschrijding niet aan de officier toe te rekenen en wijst het verzoek tot schadevergoeding volledig af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding Wvggz wordt afgewezen omdat de overschrijding niet aan de officier kan worden toegerekend.