Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, met uitzondering van de onder 2 ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheid dat het slachtoffer - doordat de verdachte haar in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten - zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen en/of is toegebracht;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 900 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 557 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, zich zal melden bij de reclassering, zich onder ambulante behandeling zal stellen (inclusief diagnostiek en met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname) en dat de verdachte zal meewerken aan middelencontrole, met dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden.
4..Waardering van het bewijs
17 juli 2020 is nader gerapporteerd over het letsel, de oorzaak en de (vermoedelijke) toedracht hiervan. De 30 ribbreuken suggereren compressie of vervorming van de borstkas als oorzaak, bijvoorbeeld door stevig samendrukken met de handen van de borstkas. Voor botbreuken in de bovenarmen is tamelijk veel krachtsinwerking vereist, bijvoorbeeld door een harde slag of trap op de arm of het stevig vastpakken en het kind met het lichaamsgewicht aan de arm laten hangen. De schedelbreuk kan zijn ontstaan door compressie of een heftig stompende krachtsinwerking, of een combinatie daarvan. Ook de netvliesbloedingen moeten zijn ontstaan door een krachtsinwerking op het hoofd. Het huidletsel is tot slot ontstaan door een stomp botsend en/of samendrukkende krachtsinwerking, zoals drukken, knijpen, slaan of stoten.
“Ik geef het op”.
Ik zou met haar naar het ziekenhuis gaan, maar ik ben er bang voor dat ze [naam verdachte] zullen opsluiten”.
Als zij hier bovenop komt dan is zij echt dapper. Het meisje zal haar moeder voor de gevangenis behoeden”. Hierop antwoordde de verdachte: “
Sorry dat ik in je leven ben gekomen, dat ik jouw leven kapot maak. Sorry dat je mij niet meer vertrouwt, sorry voor mijn gedrag gisteren, de woorden”. [naam 1] meldde dat hem voorlopig alleen zijn dochter interesseert, dat de verdachte niet belangrijk is en dat, als [naam baby] erbovenop komt en hij de verdachte voor de gevangenis heeft behoed, ze zullen nadenken over hoe verder. In de avond heeft [naam 1] gechat met de moeder van de verdachte. Hierin schreef hij onder meer “
Oh God, ik hoop dat die vrouw het in haar kop zal prenten dat wat zij gisteren heeft gedaan, een les voor haar hele leven lang wordt” en “
De nieuwste feiten van [naam verdachte] : zij heeft aan mij bekend ons voorgelogen te hebben dat zij bij het badderen was gevallen, zij kan zich niet meer herinneren wat zij met haar heeft gedaan, oma”.
want Joost mag het weten wat [naam verdachte] met haar heeft gedaan”. In de middag vertelde hij over de verwondingen bij [naam baby] en zei toen “
Gvd wat heeft die vrouw met haar gedaan” en “
waar had ik dat wijf voor nodig”.
Ik heb zoveel bier gedronken, ik kreeg simpelweg een black-out. Ik kan mij niets herinneren, mam, niets, ik zeg dit nu eerlijk tegen jou, met mijn hand op mijn hart.”Even later zei de verdachte dat zij zich “
als een beest[heeft]
gedragen”, dat alles simpelweg haar schuld is en dat zij de gevolgen hiervan moet dragen. Op 10 mei 2019 heeft de verdachte wederom met haar moeder gesproken, waarbij ze weer heeft gezegd dat ze de consequenties ervan moet dragen en dat ze zich voelt als een moordenaar.
’s Avonds stuurde zij, op de vraag hoe het met [naam baby] ging: “
Ik weet het zelf niet… Ze ademt de hele dag raar, zo zwaar…”
“Het voelde inderdaad alsof alles kapot was.”.Op de vraag of de verdachte dit heeft gemerkt, zei ze zelf ook tijdens haar verhoor dat de borst van [naam baby] op een vreemde manier kraakte en ze dit dinsdag (7 mei 2019) heeft gemerkt.
6mei tot en met 8 mei 2019 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam baby] (geboren op [geboortedatum baby] 2019) van het leven te beroven, met dat opzet meermalen telkens met kracht geweld heeft toegepast op het lichaam van die [naam baby] , te weten:
haarmededader opzettelijk die [naam baby] niet (tijdig) naar een dokter of een ziekenhuis gebracht en geen adequate maatregel(en) genomen en die [naam baby] in een situatie gebracht en gelaten waarin haar pijn werd aangedaan en een situatie die voor haar gezondheid en haar welbevinden gevaarlijk en schadelijk was, terwijl verdachte en/of
haarmededader wisten dat die [naam baby] (ernstig) letsel had opgelopen.
5..Strafbaarheid feiten
1..poging tot doodslag;
medeplegen van opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging zij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengen en laten.
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
is in een vreselijk onveilige situatie gebracht én gehouden door haar ouders, de twee mensen die haar juist veiligheid moesten bieden. Een meisje van 6 weken oud, volledig afhankelijk van haar ouders op wie ze zou moeten kunnen vertrouwen. [naam baby] heeft twee dagen thuis gelegen met al het letsel. In die dagen moet haar luier ook zijn verschoond, terwijl haar bekken, benen en ribben gebroken waren. Wat een helse pijn moet ze toen hebben gehad. De onveiligheid die haar ouders hebben gecreëerd, mede door niet direct naar de dokter te gaan, is ongekend.
(…) Zij heeft in een zeer onveilige situatie verkeerd, waardoor deze gevoelens van onveiligheid en angsten tot op heden nog steeds zichtbaar zijn in haar dagelijks leven.”
8..Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 38 (achtendertig) maanden;
€ 15.000,- (zegge: vijftienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam baby] (geboren op [geboortedatum baby] 2019) te betalen
€ 15.000,-(
hoofdsom, zegge:
vijftienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 15.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
110 (honderdtien) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;