ECLI:NL:RBROT:2022:2166
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gewoontewitwassen en strafbare voorbereidingshandelingen met azijnzuuranhydride en natriumcarbonaat
De rechtbank Rotterdam heeft op 16 maart 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen van ruim 123.000 euro en strafbare voorbereidingshandelingen met circa 3.000 liter azijnzuuranhydride en 1.025 kilogram natriumcarbonaat. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur.
De rechtbank heeft tevens vrijspraak uitgesproken voor het witwassen van geld dat in een woning was aangetroffen en voor het bezit van een vuurwapen, omdat het vereiste bewijs voor wetenschap ontbrak. Daarnaast werd een NFI-rapport met DNA-onderzoek uitgesloten van het bewijs. Ook werden drie andere feiten zonder nadere motivering vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
De redelijke termijn voor de procedure was overschreden, hetgeen de rechtbank heeft erkend. De tenlastelegging betrof het opzettelijk voorbereiden en bevorderen van strafbare feiten met stoffen vermeld op lijst I van de Opiumwet, in de periode van eind november 2018 tot half januari 2019 in Berkel en Rodenrijs. De rechtbank oordeelde dat de bewezenverklaring van gewoontewitwassen en voorbereidingshandelingen voldoende was om tot veroordeling over te gaan, terwijl andere feiten niet wettig en overtuigend waren bewezen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk en 240 uur taakstraf voor gewoontewitwassen en voorbereidingshandelingen.