In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vergoeding van kosten voor een door eiser ingediend taxatierapport in het kader van een WOZ-waardebepaling centraal. Verweerder had de waarde van de onroerende zaak vastgesteld en na bezwaar verlaagd, maar weigerde vergoeding van de kosten van het taxatierapport toe te kennen. Eiser stelde dat het rapport wel degelijk relevant was en dat de weigering onterecht was.
De rechtbank beoordeelde het taxatierapport kritisch en constateerde dat het grotendeels bestond uit algemeenheden en niet voldeed aan de gebruikelijke inhoud van een taxatierapport. Desondanks vond de rechtbank dat het redelijk was dat eiser zich voorzag van een eigen taxatierapport en dat de kwaliteit of inhoud niet beslissend is voor vergoeding. De redelijkheidstoets werd toegepast op de kosten en het tarief van twee uur maal €53,- werd als passend beschouwd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de kostenvergoeding betrof en stelde de vergoeding voor de rechtsbijstand en het taxatierapport vast op respectievelijk €265,- en €128,26, plus een vergoeding voor een kadastraal uittreksel. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.