ECLI:NL:RBROT:2022:2409
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep briefadresaanvraag afgewezen
Opposante had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar aanvraag om een briefadres. De rechtbank had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken en geen spoedeisend belang werd aangenomen.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in, stellende dat er wel sprake was van spoedeisendheid vanwege het blokkeren van haar bijstandsuitkering en dreigende beëindiging van haar zorgverzekering, mede doordat zij was uitgeschreven uit de basisregistratie personen.
De verzetrechter overwoog dat in verzet alleen wordt beoordeeld of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was en dat inhoudelijke beoordeling pas aan de orde komt indien het verzet gegrond wordt verklaard. De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend karakter niet was aangetoond en dat de enkele stelling omtrent de blokkering van de uitkering onvoldoende was.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.