Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
2..Het geschil
- Op 14 juli 1989 is overleden de heer [persoon B] , vader van partijen (hierna: vader). Op 5 oktober 2020 is overleden mevrouw [persoon C] , moeder van partijen (hierna: moeder);
- [eiseres] en [gedaagde] waren erfgenaam in de nalatenschap van vader. In het testament van vader is bepaald dat de erfdelen pas opeisbaar zouden zijn bij het overlijden van moeder;
- Moeder heeft [eiseres] in haar testament onterfd. [gedaagde] is tot enig erfgenaam benoemd. [gedaagde] is executeur in de nalatenschap van moeder.
3..De beoordeling
- de aangifte Inkomstenbelasting over het jaar 2015 en de aanslagen Inkomstenbelasting over de jaren 2015 t/m 2020;
- een volledige opgave van alle schenkingen aan [gedaagde] ;
- een opgave en waardering van de inboedel en achtergebleven sieraden.