ECLI:NL:RBROT:2022:2499
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafdeel vanwege lopende TBS-behandeling
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 maart 2022 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegd strafdeel van 133 dagen gevangenisstraf. Deze straf was opgelegd bij vonnis van 26 februari 2021 met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder verplichte behandeling en contactverbod.
Uit een rapport van GGZ Antes bleek dat de veroordeelde zich niet aan de behandelafspraken hield, positief testte op alcohol en cocaïne, en zich agressief opstelde tegenover personeel. De reclassering adviseerde een terbeschikkingstelling met voorwaarden vanwege een hoog recidiverisico. De verdediging betoogde dat tenuitvoerlegging niet opportuun was omdat de veroordeelde preventief gedetineerd was in een andere strafzaak waarin TBS met voorwaarden werd geëist.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden verwijtbaar had overtreden, wat in principe reden is voor tenuitvoerlegging. Echter, gelet op de lopende strafzaak met TBS en het belang van een vlotte start van behandeling, achtte de rechtbank tenuitvoerlegging niet opportuun en wees de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel af vanwege lopende TBS-behandeling.