Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het procesverloop
- de dagvaarding met producties van 18 november 2021;
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;
- de conclusie van repliek met producties.
Rechtbank Rotterdam
Mijndomein Hosting B.V. vordert betaling van een openstaande factuur van € 70,89 voor webhostingdiensten aan [gedaagde]. De overeenkomst hield in dat Mijndomein de website van [gedaagde] online zou houden tegen jaarlijkse vooruitbetaling. De factuur was niet betaald en Mijndomein had de dienstverlening opgeschort en uiteindelijk ontbonden wegens wanbetaling.
[gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat de website verdwenen is en de helpdesk niet reageert. Mijndomein bevestigt de opschorting en ontbinding van de overeenkomst op grond van wanprestatie. De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom slechts toekomt over de periode tot de ontbinding op 9 juni 2021, omdat na die datum geen dienstverlening meer is geleverd.
De kantonrechter wijst de hoofdsom toe tot een bedrag van € 26,63 (vier maanden van de twaalf), de wettelijke handelsrente over de relevante perioden en de buitengerechtelijke kosten. De proceskosten worden eveneens aan Mijndomein toegewezen. Het meer gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de hoofdsom toe tot 9 juni 2021 en veroordeelt tot betaling van rente en proceskosten.