Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..Het geschil
3..De beoordeling
4..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat een geschil tussen twee buren centraal over de plaatsing van een schutting op de erfafscheiding. De eiser, huurder van een woning, stelt dat de schutting in strijd is met de voorwaarden van de verhuurder en dat deze hem het zonlicht ontneemt. De gedaagde heeft de schutting geplaatst en stelt dat hij hiervoor toestemming heeft gekregen van de verhuurder en dat de schutting niet in strijd is met het burenrecht.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de verhuurder het beleid heeft gewijzigd en dat schriftelijke toestemming vereist is voor het plaatsen van een schutting. De gedaagde heeft deze toestemming inmiddels verkregen. Vervolgens is beoordeeld of de schutting onrechtmatige hinder oplevert. De eiser heeft dit onvoldoende onderbouwd, terwijl de schutting voldoet aan de wettelijke hoogtebeperking van 2 meter.
De kantonrechter concludeert dat de schutting geen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat de verhuurder toestemming heeft gegeven, waardoor de schutting mag blijven staan. De vordering tot verwijdering wordt afgewezen en partijen dragen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de schutting wordt afgewezen omdat de verhuurder toestemming heeft gegeven en er geen onrechtmatige hinder is.