Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
Opgelegde straf
Vordering
Onderzoek van de zaak
Beoordeling
vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, te weten 237 dagen, alsnog geheel moet worden ondergaan.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en op 30 december 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder strikte voorwaarden, waaronder een locatiegebod en verplichte dagbesteding. Het openbaar ministerie vordert op 10 februari 2022 de herroeping van deze voorwaardelijke invrijheidstelling wegens verwijtbare overtredingen van de voorwaarden.
Tijdens de terechtzitting van 3 maart 2022 is vastgesteld dat de veroordeelde zich herhaaldelijk niet aan het locatiegebod heeft gehouden, ondanks waarschuwingen en begeleiding door de reclassering. De reclassering rapporteert dat gedragsverandering uitblijft en dat de veroordeelde zich niet begeleidbaar opstelt, met daarnaast pro-criminele en bedreigende uitlatingen.
De verdediging voert aan dat er sprake is van onmacht en dat de veroordeelde gemotiveerd is om aan de voorwaarden te voldoen, maar de rechtbank acht dit onvoldoende gezien de stelselmatige overtredingen en het ontbreken van motivatie voor behandeling. De rechtbank besluit daarom de vordering van het openbaar ministerie toe te wijzen en gelast dat de resterende 237 dagen gevangenisstraf alsnog worden uitgevoerd.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt herroepen en de resterende 237 dagen gevangenisstraf moeten worden uitgevoerd.