Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, met partiële vrijspraak van het bijten in de billen;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 (drie) jaar. Voorts vordert zij dat aan de verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, alsmede een contactverbod met het slachtoffer [naam slachtoffer 1] en haar moeder [naam slachtoffer 2] .
4..Vrijspraak
de auditu-verklaringen van [naam slachtoffer 2] (dat wil zeggen, een verklaring van een niet- ooggetuige) dienen dan ook met voorzichtigheid te worden benaderd. Uit de verklaringen van [naam slachtoffer 2] zelf kan niet meer worden opgemaakt dan dat ze heeft gezien dat de verdachte op de bank lag en [voornaam slachtoffer 1] met een hoofd onder een dekentje zat en dat de verdachte schrok toen ze binnenkwam.
de auditu-verklaringen bevindt zich geen verklaring van [voornaam slachtoffer 1] in het dossier. Het geplande studioverhoor is afgeblazen, omdat verbalisanten een dag voor het studioverhoor in augustus 2020 tijdens het voorbereidende gesprek met [voornaam slachtoffer 1] de indruk kregen dat [voornaam slachtoffer 1] niet wist waarover ze zou worden verhoord. Ook in 2022 is besloten om niet tot een studioverhoor over te gaan gelet op de eerdere contra-indicatie, omdat er inmiddels veel tijd overheen was gegaan en omdat uit het verslag van de psycholoog over de EMDR-therapie blijkt dat [voornaam slachtoffer 1] niet in volgorde kan vertellen over de handelingen. Het is dus niet mogelijk gebleken om de
de auditu-verklaringen van [naam slachtoffer 2] op deze wijze te verifiëren.
de auditu-verklaringen van [naam slachtoffer 2] , de wijze waarop [voornaam slachtoffer 1] door haar is bevraagd en de afwezigheid van een studioverhoor met [voornaam slachtoffer 1] zelf maakt dat de rechtbank het zwaartepunt legt op het technisch bewijs en hieraan zware eisen stelt.