ECLI:NL:RBROT:2022:279
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde vastgesteld door gemeente Ridderkerk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Ridderkerk, vastgesteld op €335.000,- voor het belastingjaar 2020. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Ridderkerk, had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan de toezendplicht van op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de hoorzitting, wat een schending van artikel 7:4 Awb Pro en artikel 40 Wet Pro WOZ inhoudt.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, gelet op de vergelijking met andere objecten en de marktanalyse van verweerder. De waardeverschillen zijn voldoende gemotiveerd en de waardebepaling is aannemelijk gemaakt. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard vanwege de schending van de toezendplicht, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten, waarbij de vergoeding voor rechtsbijstand wordt verminderd tot de helft van het gebruikelijke bedrag. Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de waarde blijft gehandhaafd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de WOZ-waarde blijft gehandhaafd.