ECLI:NL:RBROT:2022:2850
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter bij gezamenlijke behandeling bestuursrechtelijke verzetszaken
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P. Vrolijk, rechter bij de rechtbank Rotterdam, omdat de rechter tien bestuursrechtelijke verzetszaken gezamenlijk behandelde in plaats van afzonderlijk. Verzoeker stelde dat gezien zijn leeftijd en het onvermogen om de zaken over te dragen, afzonderlijke behandeling noodzakelijk was. Tevens voerde hij aan dat hij door onrechtmatig handelen van bestuursorganen geen rechtsbijstand kon verkrijgen.
De rechtbank overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier niet het geval was. De beslissing om de zaken gezamenlijk te behandelen was een processuele keuze binnen de bevoegdheid van de rechter, genomen om proceseconomische redenen. Verzoeker bracht geen objectieve feiten aan die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarnaast wees de wrakingskamer verzoekers eerdere wrakingsverzoeken aan verschillende rechters aan als misbruik van het wrakingsinstrument, dat feitelijk als hogerberoepsmiddel werd ingezet. Daarom werd bepaald dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedures niet meer in behandeling worden genomen.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker niet tijdig en volledig zijn wrakingsgronden had ingediend conform de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam op 31 maart 2022 en schriftelijk uitgewerkt op 13 april 2022.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedures worden niet in behandeling genomen.