ECLI:NL:RBROT:2022:289

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
19 januari 2022
Zaaknummer
C/10/629354 / JE RK 21-3102
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kind wegens noodzakelijke monitoring medicatie en opvoedondersteuning

De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een kind geboren in 2007, waarbij het ouderlijk gezag bij de moeder berust en het kind bij haar woont. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden vanwege de noodzaak om de ADHD-medicatie verder te monitoren en de opvoedondersteuning voor de moeder te waarborgen.

Tijdens de zitting gaf de GI aan dat de medicatie via een baxterrol beter aanslaat, wat positieve effecten heeft op het gedrag en de ontwikkeling van het kind. De moeder heeft moeite met het meewerken aan de opvoedondersteuning, mede door het wisselen van hulpverleners. De moeder betwistte dit en stelde dat het goed gaat met het kind en dat zij openstaat voor vrijwillige opvoedondersteuning.

De kinderrechter constateerde een positieve ontwikkeling, maar vond dat de zorgen nog niet volledig waren weggenomen. Daarom achtte de rechter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor twee maanden passend om een gestructureerde overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk te maken. Het verzoek tot verlenging voor zes maanden werd verder afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven op 11 januari 2022 en schriftelijk vastgesteld op 17 januari 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het kind wordt verlengd tot 17 maart 2022, het resterende verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/629354 / JE RK 21-3102
datum uitspraak: 11 januari 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2007 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 november 2021, ingekomen bij de griffie op 26 november 2021.
Op 11 januari 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. A. Aksü,
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam].

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 9 juli 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 17 januari 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van zes maanden.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Een van de belangrijkste punten van de afgelopen maanden was de ADHD-medicatie voor [naam kind]. Dit liep niet goed. Inmiddels heeft [naam kind] een baxterrol. De medicatie is hierdoor beter op gang gekomen en heeft positieve effecten. Zowel school als de buitenschoolse opvang geven aan dat het nu goed gaat. Zijn gedrag is verbeterd en het gewicht van [naam kind] neem toe. Voor moeder is opvoedondersteuning vanuit Pameijer ingezet, maar de moeder vindt het lastig om hieraan mee te werken. Dat er drie verschillende hulpverleners zijn geweest, maakt dit ook niet makkelijker. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nog noodzakelijk om de medicatie van [naam kind] verder te monitoren en om te waarborgen dat de moeder blijft meewerken aan de opvoedondersteuning.

Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek. Met [naam kind] gaat het goed. Ook in de thuissituatie gaat het goed. Het is de moeder gelukt om regelmaat te creëren. Ook is er een juiste balans in de medicatie gevonden. De moeder staat wel degelijk open voor de opvoedondersteuning. De opvoedondersteuning kan ook in het vrijwillig kader plaatsvinden. Een ondertoezichtstelling heeft geen meerwaarde meer. Er zijn geen zorgen meer.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de afgelopen maanden sprake is van een positieve ontwikkeling. Het vinden van de juiste dosis van de ADHD-medicatie voor [naam kind] bleek lastig, maar inmiddels lijkt dit gelukt. De medicatie slaat aan en zorgt ervoor dat de schoolgang van [naam kind] weer goed verloopt. Ook op naschoolse opvang gaat het goed met [naam kind]. [naam kind] lijkt weer toe te komen aan zijn ontwikkeling. Vanwege de gedragsproblematiek van [naam kind] vraagt zijn opvoeding meer dan gemiddeld van zijn opvoeder. Mede hierdoor is voor de moeder opvoedondersteuning vanuit Pameijer ingezet.
Enerzijds geeft de GI aan dat de moeder onvoldoende heeft meegewerkt aan deze hulpverlening. Anderzijds geeft de moeder aan juist open te staan voor de hulp en hier ook baat bij te hebben.
De kinderrechter is van oordeel dat de zorgen dusdanig zijn verminderd dat een overdracht naar het vrijwillig kader kan gaan plaatsvinden. Het is van belang dat deze overdracht soepel en gestructureerd verloopt, temeer nu de moeder in het verleden geen fijne ervaring met het wijkteam heeft gehad. De kinderrechter acht een periode van twee maanden hiervoor voldoende.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van twee maanden en het verzoek voor het overige afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 17 maart 2022;
wijst het resterende deel van het verzoek af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022 door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.J. Berke als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 januari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.