De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van een kind geboren in 2007, waarbij het ouderlijk gezag bij de moeder berust en het kind bij haar woont. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor zes maanden vanwege de noodzaak om de ADHD-medicatie verder te monitoren en de opvoedondersteuning voor de moeder te waarborgen.
Tijdens de zitting gaf de GI aan dat de medicatie via een baxterrol beter aanslaat, wat positieve effecten heeft op het gedrag en de ontwikkeling van het kind. De moeder heeft moeite met het meewerken aan de opvoedondersteuning, mede door het wisselen van hulpverleners. De moeder betwistte dit en stelde dat het goed gaat met het kind en dat zij openstaat voor vrijwillige opvoedondersteuning.
De kinderrechter constateerde een positieve ontwikkeling, maar vond dat de zorgen nog niet volledig waren weggenomen. Daarom achtte de rechter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor twee maanden passend om een gestructureerde overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk te maken. Het verzoek tot verlenging voor zes maanden werd verder afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 11 januari 2022 en schriftelijk vastgesteld op 17 januari 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via het gerechtshof Den Haag.