De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van het kind voor twaalf maanden vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling door langdurige conflicten tussen de ouders. Er waren meerdere meldingen bij Veilig Thuis over ouderlijke conflicten en een drangkader was gestart in februari 2021. De gecertificeerde instelling (GI) ondersteunde het verzoek en benadrukte het belang van een jeugdbeschermer die de ouders kan begeleiden.
De ouders wonen gescheiden; het kind woont bij de moeder en heeft contact met de vader. De vader erkende het verzoek maar betwistte negatieve rapportagepunten. De moeder vond de ondertoezichtstelling lastig maar zag ook positieve ontwikkelingen sinds het drangkader. De kinderrechter stelde vast dat het kind meermalen getuige was geweest van fysiek en verbaal geweld en onvoldoende stabiliteit werd geboden.
De vrijwillige hulpverlening was ontoereikend gebleken. De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling waren vervuld en stelde het kind onder toezicht voor negen maanden. Het verzoek voor twaalf maanden werd afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.