Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam kind],
[naam moeder],
[naam vader],
Het procesverloop
- de vader;
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, [naam 1] en [naam 2].
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een kind geboren in 2012 en tevens om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het kind verblijft sinds mei 2020 op een open groep van het Bergse Bos vanwege emotionele schade en gedragsproblemen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar is niet in staat de opvoedverantwoordelijkheid te dragen vanwege persoonlijke problematiek.
De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing betreft een trajectmachtiging: eerst verlenging van de plaatsing in een jeugdhulpaccommodatie, gevolgd door een geplande plaatsing bij de vader. Het traject Gezin Totaal, ingezet om de mogelijkheid van plaatsing bij de vader te onderzoeken, verloopt positief. Het kind verblijft momenteel vier dagen per week bij de vader en de ouders hebben gezamenlijk gezag aangevraagd.
De kinderrechter oordeelde dat voldaan is aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro en verlengde de ondertoezichtstelling tot 18 januari 2023. Tevens werd de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 18 juli 2022, waarbij de gefaseerde plaatsing bij de vader wordt ondersteund. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder was niet aanwezig bij de zitting, de vader stemde in met het verzoek.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling tot januari 2023 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot juli 2022 met een gefaseerde plaatsing bij de vader.