ECLI:NL:RBROT:2022:2972
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van €89.543,56 en ontvangt een Ziektewetuitkering. De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank constateert dat verzoeker aanzienlijke schulden heeft bij het CJIB (€12.443,04) en de Belastingdienst (€39.759), die niet te goeder trouw zijn ontstaan. De boetes bij het CJIB zijn gerelateerd aan werkzaamheden als zzp’er en het niet betalen van verzekeringen voor bedrijfsvoertuigen. De schulden bij de Belastingdienst zijn ontstaan tussen 2017 en 2020, terwijl verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem geen verwijt treft.
Hoewel verzoeker sinds april 2020 budgetbeheer heeft en op de goede weg is, is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende bestendig is om toelating tot de schuldsaneringsregeling te rechtvaardigen. Verzoeker wordt geadviseerd om met een beschermingsbewindvoerder meer overzicht te krijgen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende vertrouwen in nakoming.