In deze zaak vordert Spring Properties ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur wegens vermeende huurachterstand. De huurder betwist de huurachterstand en beroept zich op een uitspraak van de Huurcommissie uit 2014, waarin een tijdelijke huurverlaging is vastgesteld vanwege ernstige gebreken in de woning.
De kantonrechter stelt vast dat het gebrek dat aanleiding gaf tot de huurverlaging niet volledig was hersteld tot maart 2021, waarna de huurder de verlaagde huurprijs verschuldigd was. Vanaf april 2021 was de volledige huurprijs weer verschuldigd en is geen huurachterstand vastgesteld. De huurder heeft echter in februari en maart 2021 de volledige huur betaald, waardoor zij recht heeft op terugbetaling van het teveel betaalde bedrag.
De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de huurder de huur heeft opgezegd en het gehuurde inmiddels heeft verlaten. De kantonrechter veroordeelt Spring Properties tot betaling van € 998,40 aan te veel betaalde huur en wijst de overige vorderingen af. Spring Properties wordt veroordeeld in de proceskosten.