Eiser vordert betaling van een geldlening van in totaal €4.529,95 plus wettelijke rente en incassokosten van gedaagde. Gedaagde erkent slechts een lening van €1.000 en betwist de rest van het bedrag. Tevens stelt gedaagde dat terugbetaling afhankelijk is van teruggave van huissleutels, wat eiser betwist.
De kantonrechter oordeelt dat de lening van €1.000 op 25 juni 2021 is verstrekt en direct opeisbaar was. Het beroep van gedaagde op opschorting wegens sleutels wordt verworpen omdat hiervoor geen samenhang met de lening bestaat. De overige gevorderde bedragen zijn onvoldoende onderbouwd door eiser, mede door tegenstrijdige en onvolledige betalingsbewijzen.
Daarom wordt alleen de lening van €1.000 toegewezen met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2021, de datum van verzuim na ingebrekestelling. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning conform de wet. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.