Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 20 september 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het vonnis van 27 december 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres verrichtte in 2019 werkzaamheden voor gedaagde aan een procesinstallatie van Shell en factureerde hiervoor een totaalbedrag van €6.180,-. Gedaagde betaalde deze facturen niet en stelde een tekortkoming aan de zijde van eiseres te hebben geconstateerd, namelijk schade aan een kolom.
Gedaagde beriep zich op ontbinding van de overeenkomst en opschorting van betaling wegens deze tekortkoming, maar heeft deze stelling onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat het enkele overleggen van foto's en het ontbreken van een tijdige klacht onvoldoende is om de tekortkoming aannemelijk te maken. Hierdoor is het opschortingsrecht niet van toepassing.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het volledige factuurbedrag, de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum, en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €7.647,70 inclusief wettelijke rente en incassokosten.