Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak stond centraal of de gedaagde nog bedragen verschuldigd was aan eiser voor diverse cosmetische behandelingen binnen een barterdeal. Eiser stelde dat partijen hadden afgesproken dat gedaagde fillers voor de kaaklijn/kin, jukbeenderen/wangen en mondhoek zou promoten in ruil voor behandelingen. De kantonrechter heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van verklaringen, WhatsApp-berichten en een verklaring van een cosmetisch arts.
De getuigenverklaring van een medewerker van eiser was onvoldoende concreet en niet overtuigend, mede door betwisting van gedaagde over aanwezigheid en belangenverstrengeling. De eigen verklaring van eiser en de WhatsApp-correspondentie maakten niet aannemelijk dat de promotie voor de specifieke fillers was afgesproken. De verklaring van de cosmetisch arts werd beperkt gewaardeerd vanwege het ontbreken van een onafhankelijke benoeming en mogelijke belangenverstrengeling.
De kantonrechter concludeerde dat eiser niet voldeed aan zijn bewijsopdracht voor de promotieafspraak en wees de vordering voor de eerste en tweede factuur af. De derde factuur voor neus- en traangootfillers werd erkend door gedaagde en toegewezen. Daarnaast werd een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, maar gematigd tot het wettelijke tarief. Proceskosten werden gecompenseerd zodat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Vordering deels toegewezen voor neus- en traangootfillers, overige vorderingen afgewezen wegens onvoldoende bewijs.