Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [woonplaats eiser], eiser
[naam vergunninghoudster], te [vestigingsplaats vergunninghoudster], vergunninghoudster (gemachtigde: [naam 1]).
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
(…)
In het tweede lid van artikel 2.10 is bepaald dat in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, de aanvraag mede wordt aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts wordt geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1°, van de Wabo kan, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en, indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking.
a. bouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
b. in afwijking van het bepaalde onder a. ligt de bouwgrens langs een niet in de verbeelding aangegeven weg, op een afstand van minimaal 11 m uit de langs die weg gelegen perceelsgrens;
c. voor niet aan de weg gelegen perceelsgrenzen geldt voor gebouwen een afstand van ten minste 2,5 m uit die perceelsgrens; (…)
1. de ruimtelijke structuur, bebouwingskarakteristiek en/of gebruiksmogelijkheden niet onevenredig worden aangetast;
2. er geen brandtechnische problemen ontstaan.
In artikel 5.3 is bepaald dat burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1 en 2:
a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
b. voor zover op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
“Het college kan (gedeeltelijke) ontheffing van de plicht tot realisatie van het in artikel C lid 5 bedoelde aantal parkeerplaatsen verlenen, indien:
(…) f. het aantal parkeerplaatsen dat dient te worden gerealiseerd meer dan drie bedraagt en het tekort aan parkeerplaatsen dat binnen het nieuwbouwproject ontstaat maximaal drie stuks bedraagt”.
Voor zover eiser betoogt dat de luchtkwaliteit bij zijn woning onaanvaardbaar verslechtert, stelt de rechtbank voorop dat deze gevolgen bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn beoordeeld en afgewogen. Door de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid mag het bedrijfsgebouw tot op de perceelsgrens worden gebouwd in plaats van op een afstand van 2,5 m uit de perceelsgrens. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat zich hierdoor meer dan verwaarloosbare gevolgen voor de luchtkwaliteit bij het perceel van eiser zullen voordoen. De beroepsgrond slaagt niet.
De beroepsgrond slaagt niet.