ECLI:NL:RBROT:2022:3126
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslagen wegenheffing voor verhuurde appartementen in Krimpen aan den IJssel
Eiser is eigenaar van vijf appartementen in Krimpen aan den IJssel die hij verhuurt. Hij betwist de aanslagen wegenheffing die de heffingsambtenaar van het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard heeft opgelegd voor deze onroerende zaken. Eiser voert aan dat hij al wegenheffing betaalt voor het door hem bewoonde appartement en dat alleen inwoners van de Krimpenerwaard wegenheffing moeten betalen, terwijl hij geen inwoner is van de Krimpenerwaard.
De rechtbank stelt vast dat de Wegenheffing is gebaseerd op artikel 122a van de Waterschapswet en de daarop gebaseerde Verordening wegenheffing 2020. Volgens deze regelgeving is de eigenaar van gebouwde onroerende zaken in het gebied van het waterschap heffingsplichtig, ongeacht of hij de zaken verhuurt. De folder die eiser aanvoert, verduidelijkt slechts het toepassingsgebied van de heffing en kan niet leiden tot een rechtsgeldig vertrouwen dat hij geen wegenheffing hoeft te betalen.
Verder is het verschil tussen wegenheffing van het waterschap en wegenbelasting voor auto's benadrukt, waardoor geen sprake is van dubbele belasting. De rechtbank concludeert dat de aanslagen rechtmatig zijn opgelegd en verklaart de beroepen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen wegenheffing voor de verhuurde appartementen worden ongegrond verklaard en de aanslagen zijn rechtmatig opgelegd.