Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering in verzet
4..De beoordeling
[persoon A] ontvankelijk in zijn verzet
5..De beslissing
:
maandag 28 maart 2022 om 13.30 uur;
Rechtbank Rotterdam
Op 3 augustus 2004 is een verstekvonnis uitgesproken waarin [persoon A] werd veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, ontruiming van het gehuurde en proceskosten. [persoon A] kwam hiertegen in verzet in september 2021. Vestia stelde dat het verzet niet tijdig was omdat het vonnis in 2004 al ten uitvoer was gelegd door ontruiming.
De kantonrechter oordeelt echter dat het verzet tijdig is ingesteld omdat het vonnis niet persoonlijk aan [persoon A] was betekend en er geen ondubbelzinnige daad van bekendheid met het vonnis door [persoon A] was verricht vóór de verzetdagvaarding. De stelling dat de verzettermijn in 2004 of 2021 was verstreken wordt verworpen.
De kantonrechter acht het wenselijk de zaak mondeling te behandelen om te bezien of partijen tot een oplossing kunnen komen en stelt partijen in de gelegenheid hun beschikbaarheid door te geven. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Verzet is tijdig ingesteld; mondelinge behandeling wordt bepaald en verdere beslissing aangehouden.