Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Zij verzoekt de rechtbank om de erkenning door belanghebbende, die Kaapverdische en Portugese nationaliteit heeft, te vernietigen. De erkenning vond plaats op Kaapverdië, waar het toepasselijke recht geen mogelijkheid tot vernietiging van erkenning kent.
De rechtbank oordeelt dat toepassing van Kaapverdisch recht in deze zaak leidt tot een inbreuk op het recht van verzoekster op respect voor haar privéleven zoals vastgelegd in artikel 8 EVRM Pro. Daarom wijkt de rechtbank op grond van artikel 10:6 BW Pro af van de verwijzingsregel en past Nederlands recht toe.
Volgens Nederlands recht kan een kind de erkenning vernietigen indien de erkenner niet de biologische vader is en het verzoek binnen bepaalde termijnen wordt ingediend. Verzoekster was al tijdens haar minderjarigheid bekend met het feit dat belanghebbende niet haar biologische vader is en heeft tijdig het verzoek ingediend.
Belanghebbende heeft niet tegen de stellingen van verzoekster verweer gevoerd en heeft per e-mail ingestemd met het verzoek. De rechtbank wijst het verzoek toe en vernietigt de erkenning. De geslachtsnaam van verzoekster wordt van rechtswege die van haar moeder. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning en past Nederlands recht toe wegens strijd met artikel 8 EVRM.