ECLI:NL:RBROT:2022:3197
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A.M.J. Adriaansen
- R.J.P. Ferwerda
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking rapport gratieverlening wegens eenheid van de Kroon
Eisers verzochten de minister voor Rechtsbescherming om openbaarmaking van een rapport over gratieverlening op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister weigerde dit verzoek met het beroep op de eenheid van de Kroon, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wob. Eisers stelden dat openbaarmaking niet zou leiden tot gevaar voor de eenheid van de Kroon, omdat het slechts een enkel document betreft en geen briefwisseling.
De rechtbank overwoog dat het rapport een communicatie betreft van een minister aan de Koning over een door de Koning uit te oefenen bevoegdheid, waardoor het onder de weigeringsgrond valt. De rechtbank verwierp het standpunt van eisers dat wederkerige correspondentie of meningsverschillen vereist zijn om een beroep op deze grond te kunnen doen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Voorts oordeelde de rechtbank dat de uitspraak van de Hoge Raad over rechterlijke toetsing van negatieve gratiebeslissingen niet impliceert dat correspondentie over het Koninklijk Besluit tot gratieverlening openbaar moet worden gemaakt. De maatschappelijke tendens naar meer openbaarheid leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat de wetgever de weigeringsgrond heeft gehandhaafd in de opvolger van de Wob, de Wet open overheid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot openbaarmaking van het rapport.