Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
18 maart 2022 en 23 maart 2022.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij de behandeling van zijn bestuursrechtelijke beroep tegen het UWV, waarin het bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering werd afgewezen.
Het wrakingsverzoek richtte zich op de beslissing van de rechter om herhaalde verzoeken om uitstel van de zitting af te wijzen, waarbij verzoeker aanvoerde dat hij onvoldoende tijd had om de aanvullende stukken van het UWV te bestuderen en daarop te reageren. Verzoeker stelde dat de rechter niet inging op zijn argumenten en daardoor de schijn van vooringenomenheid wekte.
De rechter stelde dat de vooraankondiging van de zitting tijdig was verzonden en dat de gemachtigde van verzoeker voldoende tijd had om de stukken te bestuderen en aanvullende beroepsgronden in te dienen. Bovendien had verzoeker de mogelijkheid om ter zitting aan te geven dat hij meer tijd nodig had, maar dit is niet gedaan. De rechtbank oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt en dat de afwijzing van het uitstelverzoek niet onbegrijpelijk was.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing benadrukt het belang van het tijdig en zorgvuldig voeren van procedures en dat de schijn van vooringenomenheid niet gerechtvaardigd was in deze situatie.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.