ECLI:NL:RBROT:2022:3230

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 april 2022
Publicatiedatum
29 april 2022
Zaaknummer
637255 / HA RK 22-422
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rvartikel 8, lid 2, aanhef en onder d, Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na beëindiging zaak

Verzoeker diende op 22 april 2022 een tweede wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de wrakingskamer en een senior rechter die eerder betrokken waren bij zijn zaak. De rechtbank oordeelde dat de rechters van de wrakingskamer het eerste wrakingsverzoek op 13 april 2022 al hadden afgehandeld, waardoor zij de zaak niet meer behandelden toen het tweede verzoek werd ingediend.

Daarnaast had de senior rechter op 28 februari 2022 een eindvonnis gewezen in de bodemprocedure van verzoeker, waarmee ook zijn behandeling van de zaak was beëindigd. Wraking is bedoeld om onpartijdigheid te waarborgen zolang een rechter de zaak behandelt, maar kan niet worden toegepast nadat de behandeling is geëindigd.

Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het tweede wrakingsverzoek, zowel voor de wraking van de wrakingskamerrechters als voor de wraking van de senior rechter. Deze beslissing werd op 29 april 2022 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken uitgesproken.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de rechters de zaak niet meer behandelden ten tijde van het verzoek.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 637255 / HA RK 22-422
Beslissing van 29 april 2022
op het verzoek van
[naamverzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. P.C. Santema, mr. M.C. Franken en mr. A. Buizer, rechters in de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam (hierna: mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer)
en van:
mr. M. Verkerk, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna:
mr. Verkerk).

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Mr. Verkerk heeft in het door verzoeker aanhangig gemaakte kort geding tegen
mr. P. Hanenberg, in diens hoedanigheid van deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Rotterdam op 28 februari 2022 bij vervroeging vonnis gewezen.
Die procedure draagt als kenmerk 9642521 \ VV EXPL 22-30.
1.2.
Bij e-mailbericht van 7 april 2022 heeft verzoeker wraking van mr. Verkerk verzocht (hierna: het eerste wrakingsverzoek).
1.3.
Bij beslissing van 13 april 2022 heeft de wrakingskamer, samengesteld door
mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer, verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het eerste wrakingsverzoek.
1.4.
Bij brief van 20 april 2022, ingekomen ter griffie op 22 april 2022, heeft verzoeker wraking verzocht van mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer, alsmede van mr. Verkerk (hierna: het tweede wrakingsverzoek).
1.5.
Aan de wrakingskamer zijn ter beschikking gesteld de dossiers van de hiervoor omschreven kort geding- en wrakingsprocedures, waarin zich onder meer bevindt het vonnis van 28 februari 2022 en de beslissing van 13 april 2022.

2.De ontvankelijkheid van het tweede verzoek

2.1.
Het verzoek voor zover strekkende tot wraking van mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer
2.1.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.1.2.
Op 13 april 2022 hebben mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer als wrakingskamer op het eerste verzoek van verzoeker een beslissing gegeven. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van dat wrakingsverzoek door deze rechters is geëindigd.
2.1.3.
Het tweede wrakingsverzoek is op 22 april 2022 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing van 13 april 2022 ingediend.
Uit het vorenstaande volgt dat rechters mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer het eerste wrakingsverzoek niet meer behandelden op het moment dat het tweede verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van rechters mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het tweede verzoek voor zover dat verzoek strekt tot wraking van rechters mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer.
2.2.
Het verzoek voor zover strekkende tot wraking van mr. Verkerk
2.2.1.
De wrakingskamer verwijst hier en neemt hier over hetgeen hiervoor is overwogen in rechtsoverweging 2.1.1.
2.2.2.
Bij het vonnis van 28 februari 2022 heeft rechter mr. Verkerk in de hiervoor omschreven kort gedingprocedure vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van die zaak door rechter mr. Verkerk is geëindigd.
2.3.
Het tweede wrakingsverzoek is op 22 april 2022 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend.
Uit het vorenstaande volgt dat rechter mr. Verkerk de zaak van verzoeker niet meer behandelde op het moment dat het tweede verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van rechter mr. Verkerk. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het tweede verzoek voor zover dat verzoek strekt tot wraking van mr. Verkerk.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek, voor zover strekkende tot wraking van mr. Santema, mr. Franken en mr. Buizer;
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek, voor zover strekkende tot wraking van mr. M. Verkerk.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. E. Rabbie en
mr. W.P.M. Jurgens, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op
29 april 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.