ECLI:NL:RBROT:2022:3233
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheid correct vastgesteld door UWV ondanks bezwaar eiseres
Eiseres, voormalig filiaalmanager, maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 37,76%, later verhoogd naar 66,86% en uiteindelijk 67,5%. Het geschil betrof de juiste mate van arbeidsongeschiktheid per 5 oktober 2020 en 29 april 2021, mede gezien haar medische aandoeningen zoals artritis psoriatica en artrose.
De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV hebben meerdere onderzoeken uitgevoerd en functionele mogelijkhedenlijsten opgesteld. Eiseres voerde aan dat haar medische situatie slechter was dan vastgesteld, dat zij recht had op een urenbeperking wegens energieverlies en een IVA-uitkering, en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom was afgeweken van eerdere re-integratieverslagen.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld, dat de verzekeringsartsen de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en dat het ontbreken van aanvullende medische stukken door eiseres betekende dat haar stellingen onvoldoende waren onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheid correct was en dat de beroepen ongegrond waren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond en bevestigt de vaststelling van arbeidsongeschiktheid door het UWV.