ECLI:NL:RBROT:2022:3257
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing non-concurrentiebeding en uitleg relatiebeding bij arbeidsovereenkomst bepaalde tijd
De zaak betreft een geschil tussen [persoon A] en Flexurance B.V. over de geldigheid en reikwijdte van een concurrentie- en relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [persoon A] vordert schorsing of vernietiging van het non-concurrentiebeding wegens het ontbreken van een schriftelijke motivering, zoals vereist in artikel 7:653 lid 2 BW Pro, en stelt subsidiair een beperking van de duur of toekenning van een billijke vergoeding.
Flexurance vordert in reconventie een verbod voor [persoon A] om werkzaamheden te verrichten voor MOOTIO of aan haar gelieerde ondernemingen, op grond van het relatiebeding. De kantonrechter oordeelt dat het non-concurrentiebeding niet rechtsgeldig is omdat de schriftelijke motivering ontbreekt, waardoor dit beding geschorst wordt. Het relatiebeding is wel geldig en omvat ook gemeenschappelijke relaties van Flexurance en MOOTIO.
De kantonrechter wijst de vordering van Flexurance af om [persoon A] te verbieden werkzaamheden te verrichten voor MOOTIO, omdat het relatiebeding dit niet uitsluit. [persoon A] heeft toegezegd de gemeenschappelijke relaties niet te bedienen binnen de civiele techniekmarkt, wat mogelijk het belang van Flexurance voldoende beschermt. Flexurance wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding wordt geschorst en de vordering van Flexurance tot verbod op werkzaamheden bij MOOTIO wordt afgewezen.