Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 mei 2022 in de zaak tussen
[naam verzoekster], uit [woonplaats verzoekster], verzoekster
de burgemeester van Rotterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam besloot op 6 april 2022 tot sluiting van een woning voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet, vanwege het aantreffen van stoffen en voorwerpen die mogelijk werden gebruikt voor de bereiding van nepdrugs. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat in de woning en bijbehorende kelderbox diverse blokken wit poeder, een hydraulische pers en andere attributen waren aangetroffen, maar forensisch onderzoek wees uit dat het niet om verdovende middelen ging, maar om maizena, bloem en baksoda. Verzoekster en haar partner werden aangehouden, maar niet strafrechtelijk vervolgd. Er was geen sprake van overlast door drugsverkeer en geen sporen van harddrugs.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele aanwezigheid van deze attributen onvoldoende is om te concluderen dat voorbereidingshandelingen voor harddrugs plaatsvonden, zoals vereist voor sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt toegewezen en het besluit geschorst.