Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- het verzoekschrift van 15 november 2021, inclusief bijlagen;
- het schriftelijk standpunt van de officier, ingekomen op 14 december 2021.
Rechtbank Rotterdam
Betrokkene verzocht de rechtbank om schadevergoeding wegens overschrijding van de termijn zoals gesteld in artikel 5:16 lid 1 Wvggz Pro door de officier van justitie bij de voorbereiding van een zorgmachtiging ex artikel 2.3 Wet forensische zorg. De rechtbank stelde vast dat de termijn met 33 dagen was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding niet verschoonbaar was, ondanks het standpunt van de officier dat de keuze tussen een forensisch en/of verplicht zorgtraject pas na ontvangst van een NIFP-rapportage wordt gemaakt en dat een strafzaak niet binnen de Wvggz-termijnen kan worden gepland. Betrokkene stelde schade te hebben geleden in de vorm van stress en onzekerheid.
De rechtbank kende een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe van €20 per dag, wat neerkomt op €660 voor de 33 dagen overschrijding. De rechtbank wees verzoeken om een hogere vergoeding af en benadrukte dat voor andere vermeende nadelen zoals verblijf onder onjuiste omstandigheden in het huis van bewaring andere rechtsmiddelen beschikbaar zijn.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag, uitsluitend in te stellen door een advocaat binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €660 aan betrokkene wegens overschrijding van de wettelijke termijn bij de voorbereiding van een zorgmachtiging.