De Stichting Vestia vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van de huurder. De huurder erkende de achterstand, maar stelde dat partijen een betalingsregeling van €50 per maand waren overeengekomen, welke hij nakomt.
De rechtbank constateerde dat de huurder inderdaad de betalingsregeling nakomt en daarnaast de lopende huur tijdig en volledig betaalt. Vestia kon niet aantonen dat de betalingsregeling was komen te vervallen, noch dat de betalingen te laat waren. Hierdoor was de huurachterstand niet opeisbaar.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van Vestia tot ontbinding en ontruiming daarom moest worden afgewezen. Vestia werd veroordeeld in de proceskosten van de huurder. De beslissing benadrukt dat bij niet-nakoming van de regeling Vestia alsnog een nieuwe procedure kan starten.