Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het inleidend exploot van dagvaarding van 15 januari 2015, met een productie;
- het verstekvonnis van 20 februari 2015;
- de verzetdagvaarding van 17 december 2021.
Rechtbank Rotterdam
Fa-Med B.V. vorderde betaling van een bedrag van €924,55 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten van een gedaagde, gebaseerd op overgedragen vorderingen van een zorgverlener. Bij verstekvonnis van 20 februari 2015 werd de gedaagde veroordeeld tot betaling.
De gedaagde kwam tijdig in verzet en betwistte de schuld, stellende dat geen overeenkomst met Fa-Med B.V. was aangegaan en dat betaling niet verschuldigd was. Fa-Med B.V. heeft nagelaten haar vordering nader te onderbouwen met bewijsstukken zoals facturen.
De kantonrechter oordeelde dat door het ontbreken van bewijs niet is komen vast te staan dat de gedaagde een bedrag verschuldigd is. Daarom werd het verstekvonnis vernietigd, de oorspronkelijke vordering afgewezen en Fa-Med B.V. veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde tot aan deze uitspraak.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering van Fa-Med B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.