ECLI:NL:RBROT:2022:3436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde penthouse met dakterras en parkeerplaats in Rotterdam
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn penthouse, gevestigd in Rotterdam, en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld op €305.000,-. Volgens eiser zou de waarde €285.000,- moeten bedragen. Verweerder, de gemeente Rotterdam, verdedigde de vastgestelde waarde met een taxatierapport en een matrix waarin vergelijkingsobjecten werden gebruikt die voldoende overeenkomen met de onroerende zaak.
De rechtbank overwoog dat de vergelijkingsobjecten, hoewel zij geen parkeerplaats en dakterras hebben maar wel een serre, bruikbaar zijn voor de waardering. De verschillen zijn volgens de rechtbank voldoende verdisconteerd in de waardering. Ook de door eiser aangevoerde eerdere WOZ-waarden en de vermeende sterke waardestijging werden verworpen, omdat elke waardebepaling op zichzelf staat en gebaseerd moet zijn op actuele verkoopprijzen.
Daarnaast werd het waardedrukkende effect van de ligging op de bovenste verdieping met slechts één lift, die regelmatig uitvalt, voldoende meegenomen in de lagere m²-prijs. De rechtbank vond het griffierecht terug te betalen aan eiser vanwege de procedurele tekortkomingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €305.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde bevestigd.