Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde (ten aanzien van beide feiten partieel vrijspraak voor medeplegen);
- veroordeling van de B.V. tot een geldboete van € 60.000,-, waarvan € 20.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de B.V. wordt verplicht een geldbedrag van € 40.000,- over te maken naar de Stichting KEV .
4..Waardering van het bewijs
Het voorgaande brengt met zich dat de B.V. ten aanzien van bedoelde werkzaamheden moet worden aangemerkt als werkgever in de zin van artikel 1, lid 1, sub a, onder 2 van de Arbeidsomstandighedenwet.
De B.V. moest naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs weten dat als gevolg van het nalaten zich te houden aan de geldende voorschriften levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemers te verwachten was. Het is immers evident dat wanneer maatregelen achterwege worden gelaten die gericht zijn op een veilige arbeidsplaats en het, in dit geval, voorkomen van een botsing van een giek met een machinistenlift, een ongeluk kan gebeuren met ernstige gezondheidsschade of de dood tot gevolg. Het levensgevaar voor werknemers heeft zich hier ook daadwerkelijk verwezenlijkt door de val van de machinistenlift en het – als gevolg daarvan – overlijden van [naam slachtoffer] . De rechtbank is dan ook van oordeel dat de B.V. het onder 1 ten laste gelegde feit opzettelijk heeft begaan.
,en was er geen
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid B.V.
7..Motivering straf
De B.V. is met dit alles tekort geschoten in zijn zorgplicht jegens de werknemers, in het bijzonder jegens het slachtoffer. Door de aanmerkelijke nalatigheid van de B.V. heeft een tragisch arbeidsongeval kunnen plaatsvinden, met het overlijden van het slachtoffer als gevolg.
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
9..Bijlagen
10..Beslissing
geldboete van € 80.000,00 (tachtigduizend euro);
€ 50.000,00 (vijftigduizend euro),niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
€ 40.000,00 (veertigduizend euro)overmaken op een nader te bepalen rekeningnummer van Stichting KEV , doch alleen indien de Stichting binnen 18 maanden na het ingaan van de proeftijd door de Belastingdienst wordt aangewezen als Algemeen nut beogende instelling (ANBI). Zodra de stichting als ANBI is aangewezen, doet zij daarvan mededeling aan de veroordeelde rechtspersoon en de officier van justitie onder overlegging van de daartoe strekkende bescheiden van de Belastingdienst. Binnen twee maanden na toezending van die bescheiden aan de veroordeelde rechtspersoon zal de veroordeelde rechtspersoon het bedrag voldoen, waarbij deze de officier van justitie in dit arrondissement een bewijs van die betaling doet toekomen onder vermelding van parketnummer 83/147772-21.