De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor drie afzonderlijke diefstallen uit auto's, gepleegd in de nacht van 4 op 5 januari 2022 te Zwijndrecht. De feiten zijn bewezen verklaard op basis van camerabeelden, verklaringen van een medeverdachte en aangiftes van de slachtoffers. De verdachte en zijn medeverdachte werden kort na de feiten aangehouden in een auto waarin goederen werden aangetroffen die afkomstig waren van de diefstallen.
De verdediging betoogde dat de verdachte geen wetenschap of beschikkingsmacht had over de goederen en dat de camerabeelden onvoldoende waren om hem te herkennen. Ook werd aangevoerd dat de medeverdachte een onbetrouwbare verklaring had afgelegd. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte de verklaringen van de medeverdachte, ondersteund door objectief bewijs, betrouwbaar. Het alternatieve scenario van de verdachte werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met de medeverdachte de diefstallen heeft gepleegd, waarbij de modus operandi en de nabijheid van de diefstalplekken en aanhouding dit ondersteunen. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden en het strafblad van de verdachte, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 weken opgelegd, met aftrek van het voorarrest.