ECLI:NL:RBROT:2022:3729
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering afzien van fysiek spreekuurcontact bij vaststelling ZW-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 december 2020 waarbij haar ZW-uitkering werd beëindigd omdat verweerder meent dat zij vanaf 22 september 2020 ten minste 65% van het maatmaninkomen kan verdienen.
De rechtbank verwijst naar haar eerdere tussenuitspraak van 22 november 2021, waarin verweerder werd verzocht een nadere motivering te geven waarom geen fysiek spreekuurcontact nodig was. Verweerder heeft vervolgens een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overgelegd waarin gedetailleerd wordt toegelicht dat het telefonisch contact en dossieronderzoek voldoende waren, mede gezien de aard van fybromyalgie en de beschikbare medische informatie.
De rechtbank acht deze motivering deugdelijk en concludeert dat het eerdere motiveringsgebrek is hersteld. Het medisch oordeel over de beperkingen van eiseres wordt niet betwist met overtuigend bewijs. De functionele mogelijkheden zijn correct vastgesteld en de voorgestelde functies overschrijden haar belastbaarheid niet.
Daarom is het beroep ongegrond en blijft het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering in stand. Verweerder wordt wel veroordeeld het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden omdat de motivering pas in beroep is aangevuld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ZW-uitkering blijft beëindigd vanaf 22 september 2020.