Verzoekster, met medische klachten en onder beschermingsbewind, bood een schuldregeling aan waarbij zij 32,77% van de totale schuldenlast aan haar zeven concurrente schuldeisers wilde betalen. Zes schuldeisers stemden in, maar Essent, met een vordering van 23,65%, weigerde.
De rechtbank beoordeelde of Essent in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd meegewogen dat het voorstel deskundig was getoetst, goed gedocumenteerd en dat verzoekster geen inkomen boven haar uitkering kan verwerven vanwege haar medische situatie. De regeling biedt een hoger en sneller uitkeringspercentage dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank vond dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van Essent en beval Essent tot instemming met het akkoord. Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.