ECLI:NL:RBROT:2022:3840
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en recht op WIA-uitkering na bezwaarprocedure
Eiseres, voormalig administratief medewerkster, werd ziekgemeld en vroeg een WIA-uitkering aan. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 13 oktober 2019.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat haar beperkingen, waaronder PTSS, fibromyalgie en andere klachten, onvoldoende waren meegewogen en dat de gebruikte medische informatie verouderd was. Zij stelde ook dat een fysieke hoorzitting ontbrak en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de medische toestand van eiseres, waaronder beperkingen door PTSS en het risico op flauwvallen. De verzekeringsarts had actuele medische informatie opgevraagd en gemotiveerd toegelicht waarom een fysiek onderzoek niet noodzakelijk was. De arbeidsdeskundige had passend werk geselecteerd en het verlies aan verdienvermogen vastgesteld op 28,51%, wat onder de 35% grens ligt.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter T.M.J. Smits op 18 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard omdat haar arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% is vastgesteld.