ECLI:NL:RBROT:2022:385
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens miskend verzoek om betalingsonmacht griffierecht
Opposant stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht. Opposant stelde vervolgens verzet in tegen deze uitspraak.
In de verzetprocedure oordeelde de rechtbank dat opposant al in zijn beroepschrift een verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht had ingediend binnen de betalingstermijn, maar dat de rechtbank dit verzoek ten onrechte niet had behandeld. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, liet de eerdere uitspraak vervallen en bepaalde dat de procedure wordt voortgezet waarbij het verzoek om betalingsonmacht in behandeling wordt genomen. Tevens werden de proceskosten aan het college van burgemeester en wethouders opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het verzoek om betalingsonmacht wordt in behandeling genomen.