Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot het staken van het verspreiden van beschuldigingen dat eiser zijn dochter zou hebben ontvoerd en ontuchtige handelingen zou hebben gepleegd, alsmede tot het doen van een rectificatie. Dit naar aanleiding van een incident waarbij de dochter van gedaagde na schooltijd niet thuis kwam en werd aangetroffen in het huis van eiser.
De rechtbank stelt vast dat de uitlatingen van gedaagde slechts op twee momenten hebben plaatsgevonden en dat er geen bewijs is voor structurele verspreiding. Het politieonderzoek naar het incident loopt nog en de feitelijke toedracht is onduidelijk. Eiser heeft zijn schade niet concreet onderbouwd.
De voorzieningenrechter weegt het recht op vrijheid van meningsuiting af tegen het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en komt tot het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.