De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 april 2022 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen en een machtiging tot uithuisplaatsing van één van hen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de kinderen wonen bij haar. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en een machtiging tot uithuisplaatsing van het oudste kind vanwege ernstige gedragsproblemen en hechtingsstoornissen.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat het oudste kind verbaal en fysiek agressief gedrag vertoont, gediagnosticeerd is met hechtingsproblematiek, ODD en trauma’s, en dat de moeder overbelast is. De jongere kinderen zijn getuige geweest van huiselijk geweld en ervaren spanningen in de thuissituatie. De moeder stemde in met de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van het oudste kind, maar verzette zich tegen verlenging voor de jongere kinderen.
De rechtbank oordeelde dat verlenging van de ondertoezichtstelling voor het oudste kind tot 14 januari 2023 noodzakelijk is en verleende de machtiging tot uithuisplaatsing bij een jeugdhulpaanbieder. Voor de jongere kinderen werd de ondertoezichtstelling slechts voor vier maanden verlengd, vanwege het ontbreken van actuele zorgen. De verzoeken van de gecertificeerde instelling werden ingetrokken en afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.