ECLI:NL:RBROT:2022:394
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaars
Bij vonnis van 17 oktober 2019 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op twee schuldenaars. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging wegens ernstige tekortkomingen in de nakoming van de sollicitatie- en informatieverplichtingen en een boedelachterstand van €794,27.
De rechtbank constateert dat beide schuldenaars sinds aanvang niet hebben gewerkt en geen sollicitaties hebben ingediend, terwijl zij daartoe verplicht zijn. Medische rapporten ter onderbouwing van arbeidsongeschiktheid ontbreken. Daarnaast zijn belangrijke financiële documenten niet overgelegd, waardoor de bewindvoerder de financiële situatie niet kan beoordelen. De communicatieproblemen via een e-mailadres van een kennis worden niet als excuus aanvaard.
De rechtbank oordeelt dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en beëindigt de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld op maximaal €1.746,88 per schuldenaar. Er zijn geen baten om vorderingen te voldoen en er is geen sprake van faillissement van rechtswege.
De uitspraak is gedaan door rechter Frima op 19 januari 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens ernstige tekortkomingen van schuldenaars in hun verplichtingen.