ECLI:NL:RBROT:2022:3980

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2022
Publicatiedatum
20 mei 2022
Zaaknummer
C/10/632424 / HA ZA 22-72
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 lid 1 RvArtikel 17.1 NBZB 2006
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating oproeping in vrijwaring wegens onderverzekering bedrijfsschadeverzekering na brand

Op 4 mei 2020 vond een brand plaats in het laboratorium van Nofalab B.V., een dochteronderneming van Cotecna Inspection Netherlands B.V., waarbij aanzienlijke schade ontstond aan opstal, inventaris en bedrijfsschade. De verzekerde som op de bedrijfsschadeverzekering bleek met € 5.900.000,00 fors te laag te zijn vastgesteld, terwijl deze € 13.651.302,00 had moeten bedragen. Hierdoor ontstond een onderverzekering van meer dan 200%, waardoor Cotecna een schadepost van circa € 4.400.624,15 leed die niet door de verzekeraar Chubb werd gedekt.

Cotecna stelt dat Marsh B.V., als assurantietussenpersoon, tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende advies te geven over de juiste verzekerde sommen, waardoor onderverzekering ontstond. Marsh vordert in het incident dat zij Oord Assurantiën B.V., de vorige assurantietussenpersoon, in vrijwaring mag oproepen. Marsh stelt dat de onderverzekering reeds bestond bij de overdracht en dat zij slechts de fout van Oord Assurantiën heeft voortgezet.

De rechtbank oordeelt dat Marsh voldoende heeft gesteld dat tussen haar en Oord Assurantiën een rechtsverhouding bestaat die mogelijk tot vrijwaring leidt. Daarom wordt de oproeping in vrijwaring toegestaan. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe termijn voor conclusie van antwoord.

Uitkomst: Marsh mag Oord Assurantiën in vrijwaring oproepen; proceskosten in het incident worden gecompenseerd.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/632424 / HA ZA 22-72
Vonnis in incident van 11 mei 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
COTECNA INSPECTION NETHERLANDS B.V.,
kantoorhoudende in Schiedam ,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. E.J. Eijsberg te Rotterdam,
tegen
1. de vennootschap naar vreemd recht
CHUBB EUROPEAN GROUP SE,
statutair gevestigd in Courbevoie ( Frankrijk ),
gedaagde,
niet verschenen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARSH B.V.,
statutair gevestigd in Rotterdam ,
gedaagde,
eiseres in het incident,
advocaat mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘ Cotecna ’, ‘ Chubb ’ en ‘ Marsh ’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 10 januari 2022, met producties 1 tot en met 22;
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Marsh ;
  • de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2..De vordering in de hoofdzaak

2.1.
Cotecna vordert om bij vonnis, voor zo ver (wettelijk) mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat (i) Chubb (verzekeraar) het bericht van mevrouw [persoon A] ( Cotecna ) aan mevrouw [persoon B] ( Marsh ), zoals verwoord in haar e-mail van 11 oktober 2019 met betrekking tot de verzekerde som op de bedrijfsschadeverzekering, terecht niet gekwalificeerd heeft als een mededeling bestemd voor haar (verzekeraar), zoals bedoeld in artikel 17.1 NBZB 2006 en/of (ii) Chubb (verzekeraar) terecht de verzekerde som op basis van de betreffende vraag niet heeft verhoogd en (iii) dat juist is dat Chubb (verzekeraar) de schade onder de bedrijfsschadeverzekering heeft afgewikkeld op basis van de verzekerde som van € 5.900.000,00 zoals opgenomen op het polisblad;
II. voor recht te verklaren dat Marsh tegenover Cotecna aansprakelijk is voor de tekortkoming in de nakoming van de op haar rustende zorgplicht ten gevolge waarvan:
a. de verzekerde som op de bedrijfsschadeverzekering te laag was (onderverzekering) en/of
b. de verzekerde termijn te kort was
waardoor Cotecna na de brand van 4 mei 2020 niet volledig schadeloos is gesteld onder de bedrijfsschadeverzekering, en Cotecna daarom schade lijdt welke Marsh moet vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van de algehele betaling;
III. Marsh te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan Cotecna te betalen € 4.400.624,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag vermeerderd met de bedrijfsschade ontstaan ná de verzekerde 52 weken (PM-post) ander op te maken bij staat, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de akte van taxatie van de bedrijfsschade is ondertekend, althans vanaf de dag van de aansprakelijkstelling, althans vanaf de dag van dagvaarden, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van de algehele betaling;
IV. Marsh te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van betaling te vergoeden de buitengerechtelijke kosten, nader door de rechtbank conform de toepasselijke staffel te begroten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dag tot aan de dag van de algehele voldoening;
met veroordeling van Marsh in de proceskosten en de nakosten.
2.2.
Aan haar vordering legt Cotecna - samengevat weergegeven en voor zover van belang - het volgende ten grondslag.
2.2.1.
Op 4 mei 2020 heeft een brand in het laboratorium van Nofalab B.V ., één van de dochtervennootschappen van Cotecna (hierna: Nofalab ), gewoed. De brand heeft forse schade aangericht aan de opstal en de inventaris. Ook de bedrijfsschade is zeer groot en bedraagt (berekend over een periode van 52 weken) € 7.750.214,00. Bij de schadevaststelling is snel gebleken dat de verzekerde som op de bedrijfsschadeverzekering veel te laag is: er is sprake van meer dan 200% onderverzekering. De verzekerde som op de bedrijfsschadepolis was € 5.900.000,00 en had € 13.651.302,00 moeten zijn. De schade die Cotecna lijdt, is het bedrag dat door de onderverzekering niet door de verzekeraar ( Chubb ) wordt vergoed: € 4.400.624,15.
2.2.2.
Marsh is toerekenbaar tekort geschoten in haar taak als assurantietussenpersoon. Na de brand is gebleken dat zij haar verplichtingen als redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon heeft verzaakt door Cotecna niet (deugdelijk) te adviseren over onder meer de juiste verzekerde sommen op de bedrijfsschadeverzekering. Had Marsh Cotecna wel juist geadviseerd, dan had Cotecna niet de onderhavige ‘niet-verzekerde’ schade geleden en was zij afdoende schadeloos gesteld onder de betreffende bedrijfsschadeverzekering. Cotecna vordert derhalve de schade die zij lijdt ten gevolge van de onderverzekering op de bedrijfsschadeverzekering, vermeerderd met de onverzekerde bedrijfsschade ná de verzekerde 52 weken (PM-post), vermeerderd met rente en kosten.

3..Het geschil in het incident

3.1.
Marsh vordert dat haar wordt toegestaan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oord Assurantiën B.V. (hierna: Oord Assurantiën ) in vrijwaring op te roepen, kosten rechtens.
3.2.
Marsh stelt daartoe - samengevat weergegeven - het volgende.
3.2.1.
In 2019 is Marsh op gaan treden als exclusieve makelaar voor Cotecna en haar dochterondernemingen. In dat kader heeft Marsh de via Oord Assurantiën al lopende brandverzekering ‘overgenomen’. De verzekering had ten tijde van de wisseling van de assurantietussenpersoon al een verzekerd bedrijfsschadebelang van € 5.900.000,00. In het geval dat zou worden geoordeeld dat het niet verhogen van dit bedrag een fout van haar zijde oplevert, meent Marsh dan ook dat eveneens sprake is van een fout van Oord Assurantiën tegenover Cotecna / Nofalab . Die onderverzekering bestond immers al enkele jaren en vindt haar oorsprong in het handelen/nalaten van Oord Assurantiën . Marsh heeft de verzekerde bedragen van Oord Assurantiën overgenomen en daarmee dus slechts de ‘fout’ van Oord Assurantiën gecontinueerd. De oorspronkelijke fout is door Oord Assurantiën gemaakt. Marsh meent dan ook dat in de verhouding tussen haar en Oord Assurantiën de gehele schade, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen gedeelte daarvan door Oord Assurantiën moet worden gedragen. Voor het geval in rechte zou komen vast te staan dat Marsh (geheel of gedeeltelijk) gehouden zou zijn Cotecna schadeloos te stellen, meent Marsh derhalve dat Oord Assurantiën haar ter zake moet vrijwaren.
3.3.
Cotecna refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4..De beoordeling in het incident

4.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv Pro kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt, dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
4.2.
Marsh heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen haar en Oord Assurantiën een rechtsverhouding bestaat die mogelijk tot (gehele of gedeeltelijke) vrijwaring door Oord Assurantiën verplicht, zodat aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is voldaan. Nu Cotecna zich daarnaast heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5..De beslissing

De rechtbank:
in het incident
5.1.
staat toe dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oord Assurantiën B.V. door Marsh wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van
22 juni 2022;
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
22 juni 2022voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is door de rolrechter ondertekend en op 11 mei 2022 uitgesproken in het openbaar.
3349 / 1407