ECLI:NL:RBROT:2022:4001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig letsel
Eiseres diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat zij in haar woning was mishandeld en vernielingen had ondervonden. Verweerder wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van ernstig letsel zoals vereist op grond van artikel 3 van Pro de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg).
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen medische informatie kon inwinnen vanwege het ontbreken van een medische volmacht van eiseres. Ook kon niet worden aangenomen dat er sprake was van stelselmatig huiselijk geweld, waardoor ernstig psychisch letsel niet zonder meer kon worden voorondersteld. De stellingen van eiseres over hinder en ernstiger geweld werden niet voldoende onderbouwd met objectieve medische gegevens.
Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat haar situatie vergelijkbaar was met die van haar dochter, die wel een uitkering ontving. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht heeft op een uitkering uit het schadefonds en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven is ongegrond verklaard.