ECLI:NL:RBROT:2022:4010

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
ROT 21/4194
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2021Art. 1 Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag parkeervergunning bewoner wegens niet-oldtimer status

Eiser heeft op 13 juni 2021 een aanvraag ingediend voor een parkeervergunning voor bewoners, maar deze werd geweigerd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op grond van het Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2021. De auto van eiser is voor het eerst toegelaten op 12 mei 1987 en valt onder benzinevoertuigen met emissieklasse 0.

Eiser stelde dat zijn auto als oldtimer moest worden aangemerkt op basis van de Overgangsregeling van de Belastingdienst, waardoor de weigeringsgronden niet van toepassing zouden zijn. De rechtbank oordeelt echter dat de oldtimerstatus volgens het Uitvoeringsbesluit alleen geldt voor voertuigen die minimaal 40 jaar geleden zijn toegelaten, wat niet het geval is voor de auto van eiser.

De Overgangsregeling biedt wel een fiscaal voordeel, maar leidt niet tot de juridische kwalificatie als oldtimer in het kader van parkeervergunningen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de parkeervergunning rechtsgeldig.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de parkeervergunning wordt ongegrond verklaard omdat de auto niet als oldtimer wordt aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/4194

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,

gemachtigde: mr. S. Benali,
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. J.C. Avedissian.

Procesverloop

Met het besluit van 13 juni 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag voor een ‘parkeervergunning bewoner’ afgewezen.
Met het besluit van 5 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 13 juni 2021 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een ‘parkeervergunning bewoner’. Uit gegevens van de RDW volgt dat het voertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd voor het eerst is toegelaten op de openbare weg op 12 mei 1987 en valt onder de categorie bestel- en personenvoertuig op benzine met een emissieklasse 0.
2. Aan het bestreden besluit legt verweerder ten grondslag dat het voertuig van eiser niet voldoet aan de eisen die in het Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2021 (het Uitvoeringsbesluit) zijn gesteld om in aanmerking te komen voor de gevraagde vergunning. Volgens verweerder is de weigeringsgrond van artikel 3a, eerste lid, aanhef en onder a, van het Uitvoeringsbesluit van toepassing.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Eiser stelt dat zijn auto onder de Overgangsregeling voor oldtimers van de Belastingdienst (de Overgangsregeling) valt, waardoor zijn auto als oldtimer dient te worden aangemerkt en de weigeringsgronden genoemd in het Uitvoeringsbesluit niet van toepassing zijn.
4. Op grond van artikel 3a, eerste lid, aanhef en onder a, van het Uitvoeringsbesluit kan verweerder een vergunning weigeren, indien een vergunning wordt aangevraagd voor een geregistreerde personenauto op benzine met een emissieklasse 0.
Op grond van artikel 3a, derde lid, aanhef en onder a, van het Uitvoeringsbesluit, zijn de in het eerste lid van dit artikel genoemde weigeringsgronden niet van toepassing indien een vergunning wordt aangevraagd voor een oldtimer.
Op grond van artikel 1 van Pro het Uitvoeringsbesluit wordt voor de definitie van oldtimer aangesloten bij het schema Oldtimerregeling van de Belastingdienst Motorrijtuigenbelasting (het schema Oldtimerregeling).
5. Uit het onderdeel ‘Vrijstelling voor oldtimers’, waaronder het schema Oldtimerregeling is opgenomen, volgt dat voor oldtimers een vrijstelling geldt. Van een oldtimer is sprake als een motorrijtuig minimaal 40 jaar geleden voor het eerst is toegelaten. Aangezien de auto van eiser niet 40 jaar of eerder voor het eerst is toegelaten, kan de auto niet worden aangemerkt als een oldtimer zoals bedoeld door de Belastingdienst. Uit het schema Oldtimerregeling blijkt wel dat de auto van eiser in aanmerking komt voor de Overgangsregeling. De Overgangsregeling is van toepassing als het gaat om een personenauto, kampeerauto of bestelauto die alleen is bestemd om op benzine te rijden en die nog geen 40 jaar geleden, maar wel vóór 1988, voor het eerst is toegelaten. Dat de auto van eiser onder de Overgangsregeling valt, betekent dat eiser een fiscaal voordeel krijgt, inhoudende dat hij een gereduceerd belastingtarief betaalt. Anders dan eiser meent blijkt daaruit niet dat zijn auto ook als een oldtimer dient te worden aangemerkt in de zin van het Uitvoeringsbesluit. Het betoog dat verweerder de vergunning niet op grond van de weigeringsgrond mocht weigeren, slaagt dan ook niet.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Cras, griffier. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 25 mei 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.