Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[persoon A],
1..De procedure
- de dagvaarding van 10 december 2021, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiser sloot met [persoon A] een overeenkomst voor de levering en montage van een airco voor €3.141,00. Tijdens de installatie op 15 juni 2021 ontstond een conflict over betaling van het restantbedrag, waarbij een monteur dreigde de binnenunit te verwijderen als niet direct werd betaald. De kantonrechter acht het verhaal van [persoon A] aannemelijk en oordeelt dat eiser de overeenkomst niet nakwam zoals afgesproken.
De rechter stelt dat de betaling van het restantbedrag 'bij levering' betekent na voltooiing van de werkzaamheden, wat ook door [persoon A] werd bevestigd. Door tijdens de montage te eisen dat het restantbedrag direct werd voldaan en de binnenunit van de muur te rukken, heeft eiser de uitvoering onmogelijk gemaakt. Hierdoor is sprake van verzuim en is ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd.
De ongedaanmakingsverbintenissen leiden ertoe dat eiser de aanbetaling van €1.000,00 aan de bewindvoerder van [persoon A] moet terugbetalen. Een vergoeding voor het uitgevoerde werk wordt niet toegekend omdat eiser afstand heeft gedaan van montagekosten en geen waarde van het werk heeft gesteld. De schadevergoeding van €2.000,00 door [persoon A] wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €374,00.
Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en eiser moet de aanbetaling en proceskosten aan de bewindvoerder van [persoon A] betalen.