Verhuurders hebben de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte, waarin huurder een hotel exploiteert, opgezegd wegens dringend eigen gebruik. De huurovereenkomst liep sinds 1 november 2019 voor tien jaar met een maandelijkse huur van € 13.031,65 inclusief btw. Verhuurders stelden dat zij het pand zelf duurzaam nodig hadden om een hotel te exploiteren en de naastgelegen panden daarbij te betrekken.
De kantonrechter oordeelt dat verhuurders onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er concrete en dringende plannen zijn om het gehuurde zelf te gebruiken. Er ontbreken onderbouwde ondernemingsplannen of bouwtekeningen, en de opzegging ligt nog ver in de toekomst. Ook de stelling dat het rendement geoptimaliseerd kan worden, is onvoldoende onderbouwd.
Huurder heeft aanzienlijke investeringen gedaan om het pand om te bouwen tot een hotel met vijftien kamers, wat ook onbetwist is. De belangenafweging leidt ertoe dat van huurder niet kan worden verlangd het gehuurde te ontruimen. Daarnaast is de vordering van huurder tot verlenging van de huurovereenkomst afgewezen als prematuur, omdat onvoldoende duidelijk is of huurder de investeringen binnen de eerste periode kan terugverdienen.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door kantonrechter I.K. Rapmund en uitgesproken op 29 april 2022.