Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding tevens inhoudende incidentele vordering tot verwijzing van de zaak alsmede voorlopige voorziening (843a Rv) van 10 december 2021, met producties 1 tot en met 38;
- de door de curator genomen incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens houdende conclusie van antwoord in het incident ex art. 220 Rv Pro, met productie 1;
- de door [naam eiser] genomen incidentele conclusie van antwoord in het “niet-ontvankelijkheidsincident”, met productie 39.
2..De vorderingen in de hoofdzaak
3..Het geschil in het verwijzingsincident op grond van artikel 220 Rv Pro
4..Het geschil in het bevoegdheidsincident
5..Het geschil in het incident op grond van artikel 843a Rv
6..De beoordeling in het bevoegdheidsincident
- een van de contractanten een consument is die handelt in een kader dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd,
- er daadwerkelijk een overeenkomst is gesloten tussen deze consument en een bedrijfs- of beroepsmatig handelende persoon, en
- deze overeenkomst onder een van de in artikel 17 lid 1 sub Pro a) tot en met c) Brussel I bis-Vo bedoelde categorieën valt.